Orde van dienst - 13 juni 2021
Gemeentenieuws
Gepubliseerd door op 09/01/2021 00:00 om 12:00 AM

Orde voor de eredienst van 13 juni 2021, 09:30 uur

Voorganger: ds. J. de Wit

Organist: Wil Versteeg

 

Votum en groet

 

Wetslezing

 

Gebed

 

Bijbellezing: Efeze 3: 14 – 4: 7

Efeze 3:14 Om deze reden buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heere Jezus Christus,

15 naar Wie elk geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,

16 opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens,

17 opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde geworteld en gefundeerd bent,

18 opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is,

19 en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God.

20 Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is,

21 Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Efeze 4:1 Zo roep ik, de gevangene in de Heere, u op tot een wandel die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is,

2 in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in liefde te verdragen,

3 en u te beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede:

4 één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping,

5 één Heere, één geloof, één doop,

6 één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is.

7 Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus.

 

Psalm 116: 1

God heb ik lief; want die getrouwe HEER
hoort mijne stem, mijn smekingen, mijn klagen.
Hij neigt Zijn oor, 'k roep tot Hem, al mijn dagen.
Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer.

 

preek over Efeze 4: 1 – 6

 

Muzikaal meditatief moment over Psalm 85: 4

Dan wordt gena van waarheid blij ontmoet,

de vrede met een kus van 't recht gegroet.

Dan spruit de trouw uit d' aarde blij omhoog,

gerechtigheid ziet neer van 's hemels boog.

Dan zal de HEER' ons 't goede weer doen zien.

Dan zal ons 't land zijn volle garven biên.

Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht,

Hij zet z' alom, waar Hij Zijn treden richt.

 

Lezing van het tweede deel van het formulier om het heilig avondmaal te houden

Geliefden in de Heere Jezus Christus, hoort de woorden van onze Heere over de instelling van het Heilig Avondmaal, die de apostel Paulus ons schrijft in 1 Korinthe 11 : 23 – 29:

 

23 Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, 24 en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.

25 Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis.

26 Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt.

27 Daarom, wie op onwaardige wijze dit brood eet of de drinkbeker van de Heere drinkt, is schuldig aan het lichaam en bloed van de Heere.

28 Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker.

29 Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt.

 

Laten we nu vervolgens ook overdenken met welke bedoeling de Heere voor ons het Avondmaal heeft ingesteld, namelijk dat wij dat doen zouden tot Zijn gedachtenis [Lucas 22: 19]. Wij zullen Hem op de volgende wijze gedenken.

 

Wij vertrouwen allereerst in ons hart ten volle, dat onze Heere Jezus Christus – volgens de beloften die vanaf het begin aan de vaderen in het Oude Testament gedaan zijn – door de Vader in deze wereld is gezonden. Hij heeft ons vlees en bloed aangenomen en de toorn van God, waaronder wij eeuwig hadden moeten wegzinken, vanaf het begin van Zijn menswording tot aan het einde van Zijn leven op aarde voor ons gedragen. Hij heeft voor ons alle gehoorzaamheid aan Gods wet en de gerechtigheid vervuld, in het bijzonder toen Hij onder de last van onze zonden en van Gods toorn in de hof van Gethsémané bloedig zweet heeft uitgeperst [Lucas 22:44]. Daar werd Hij gebonden opdat Hij ons zou ontbinden. Daarna heeft Hij onnoemelijk veel smaad geleden, opdat wij nooit meer te schande zouden worden. Hij is onschuldig ter dood veroordeeld, opdat wij in Gods gericht vrijgesproken zouden worden. Hij heeft zelfs Zijn gezegend lichaam aan het kruis laten vastspijkeren, opdat Hij de schuldbrief van onze zonden daaraan zou hechten [Kol. 2:14]. Zo heeft Hij de vervloeking van ons op Zich geladen, opdat Hij ons met Zijn zegen zou vervullen. Hij heeft zich met lichaam en ziel aan het kruishout vernederd tot in de allerdiepste smaad en angst der hel, toen Hij met luide stem riep: ‘Mijn God! mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten?’ opdat wij door God aangenomen en nooit meer door Hem verlaten zouden worden [Matt. 27:46]. Ten slotte heeft Hij met Zijn dood en bloedstorting het nieuwe en eeuwige testament, het verbond der genade en verzoening, bevestigd, toen Hij zei: ‘Het is volbracht’ [Joh. 19:30].

Opdat wij vast en zeker zouden geloven dat wij tot dit genadeverbond behoren, nam de Heere Jezus tijdens Zijn laatste Avondmaal het brood, dankte, brak het en gaf het Zijn discipelen en zei: ‘Neemt, eet, dat is Mijn lichaam dat voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.’ Evenzo nam Hij na het Avondmaal de drinkbeker, dankte, gaf hun die en zei: ‘Drinkt allen daaruit; deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed dat voor u en voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden; doe dat, zo dikwijls als gij die zult drinken, tot Mijn gedachtenis.’ Dat betekent: zo dikwijls als u van dit brood eet en uit deze beker drinkt, wordt u door dit betrouwbare teken en onderpand herinnerd aan en verzekerd van Mijn hartelijke liefde en trouw voor u, omdat u anders de eeuwige dood had moeten sterven. Met Mijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed voed Ik uw hongerige en dorstige zielen tot het eeuwige leven, even zeker als voor ieders oog dit brood wordt gebroken en deze beker hem wordt aangereikt en even zeker als u met de mond eet en drinkt tot Mijn gedachtenis.

 

Uit deze instelling van het Heilig Avondmaal door onze Heere Jezus Christus wordt ons duidelijk dat Hij ons geloof en vertrouwen richt op Zijn volkomen offer, dat eenmaal aan het kruis is geschied, want dit is het enige fundament voor onze zaligheid. Aan het kruis is Hij voor onze hongerige en dorstige zielen tot ware spijs en drank voor het eeuwige leven geworden. Immers, door Zijn dood heeft Hij de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer, namelijk de zonde, weggenomen en ons de levendmakende Geest verworven. Zo hebben wij door die Geest – die woont in Christus, het Hoofd, en in ons, Zijn leden – met Hem waarachtige gemeenschap en krijgen wij deel aan al Zijn weldaden, het eeuwige leven, gerechtigheid en heerlijkheid.

Bovendien is het door die Geest dat wij als leden van één lichaam met elkaar in ware broederlijke liefde verbonden worden, zoals de heilige apostel spreekt: Omdat het brood één is, zijn wij, die velen zijn, één lichaam, want wij allen hebben deel aan het ene brood.  [1 Kor. 10:17]. Uit vele graankorrels wordt immers één en hetzelfde meel gemalen en één brood gebakken, en uit vele geperste druiven vloeit één en dezelfde wijn en drank die zich tot één geheel mengt. Zo zullen wij allen, die door het waarachtig geloof in Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde samen één lichaam vormen, omwille van Christus, onze geliefde Zaligmaker, die ons tevoren zo bijzonder heeft liefgehad. Dit zullen wij niet alleen met woorden, maar ook met daden aan elkaar bewijzen. Daartoe helpe ons de almachtige en barmhartige God en Vader van onze Heere Jezus Christus, door Zijn Heilige Geest. Amen.

 

Laten wij nu, opdat wij dit alles mogen ontvangen, ons voor God verootmoedigen en Hem met waarachtig geloof om Zijn genade aanroepen.

 

Barmhartige God en Vader, wij bidden U dat U in dit Avondmaal, waarin wij de heerlijke gedachtenis oefenen van de bittere dood van Uw geliefde Zoon Jezus Christus, door Uw Heilige Geest zó in onze harten wilt werken, dat wij ons met waarachtig vertrouwen hoe langer hoe meer aan Uw Zoon Jezus Christus overgeven.

Wij bidden U dit, opdat onze bezwaarde en verslagen harten met Zijn waarachtig lichaam en bloed, ja met Hem, waarachtig God en mens, het enige hemelse brood, door de kracht van de Heilige Geest gevoed en verkwikt worden, en wij niet meer in onze zonden leven, maar Hij in ons en wij in Hem.

Wij bidden U dat wij zó volkomen deel mogen hebben aan het nieuwe en eeuwige testament en verbond der genade, dat wij er niet aan twijfelen dat U voor eeuwig onze genadige Vader zult zijn, die ons onze zonden nooit meer toerekent en die voor ons in alles naar lichaam en ziel zult zorgen als Uw geliefde kinderen en erfgenamen.

Schenk ons ook Uw genade dat wij getroost ons kruis op ons nemen, onszelf verloochenen, onze Heiland belijden en in alle droefheid met opgeheven hoofd onze Heere Jezus Christus uit de hemel verwachten, waar Hij onze sterfelijke lichamen aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijk zal maken en ons voor eeuwig tot Zich zal nemen.

Wil ons door dit Heilig Avondmaal sterken in het algemeen, ontwijfelbaar christelijk geloof, dat wij met mond en hart belijden:

Ik geloof in God de Vader, de almachtige, Schepper van de hemel en van de aarde.

En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heere; die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pilatus is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; ten derde dage wederom opgestaan van de doden; opgevaren ten hemel, zittend ter rechterhand Gods de almachtige Vader, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

Ik geloof in de Heilige Geest. Ik geloof één heilige, algemene, Christelijk Kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving van de zonden; wederopstanding van het vlees; en een eeuwig leven.

 

Verhoor ons, o God en barmhartige Vader, door Jezus Christus, die ons heeft leren bidden:

Onze Vader, die in de hemelen zijt!

Uw naam worde geheiligd.

Uw koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden,

gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.

Want van U is het koninkrijk,

en de kracht,

en de heerlijkheid,

in eeuwigheid.

Amen.

 

Psalm 43 : 4

Dan ga ik op tot Gods altaren,
tot God, mijn God, de bron van vreugd.
Dan zal ik, juichend, stem en snaren
ten roem van Zijne goedheid paren,
die, na kortstondig ongeneugt',
mij eindeloos verheugt.

 

Nodiging, uitdeling en communie

Opdat wij dan met het ware hemelse brood Christus gevoed mogen worden, laten we niet bij het uiterlijke teken van brood en wijn blijven staan, maar onze harten opheffen naar de hemel, waar Jezus Christus is, onze Voorspraak, aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader. Daarheen wijzen ons ook de artikelen van ons christelijk geloof. Laten we er niet aan twijfelen dat onze zielen door de werking van de Heilige Geest zó waarachtig met Zijn lichaam en bloed gevoed en verkwikt worden als wij het heilige brood en de drank tot Zijn gedachtenis ontvangen.

 

Bij het breken en uitdelen van het brood, spreekt de dienaar:

 

Het brood dat wij breken, is de gemeenschap met het lichaam van Christus.

Neemt, eet, gedenkt en gelooft dat het lichaam van onze Heere Jezus Christus gebroken is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

 

En als hij de drinkbeker geeft:

 

De drinkbeker der dankzegging, waarmee wij dankzegen, is de gemeenschap met het bloed van Christus.

Neemt, drinkt allen daaruit, gedenkt en geloof dat het kostbaar bloed van onze Heere Jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

 

Dankzegging

Hierna spreekt de dienaar:

 

Geliefden in de Heere, omdat de Heere nu onze zielen aan Zijn tafel gevoed heeft, laten wij samen Zijn naam danken en prijzen. Een ieder spreke in zijn hart:

 

1 Loof de HEERE, mijn ziel,

en al wat in mij is, Zijn heilige Naam.

2 Loof de HEERE, mijn ziel,

en vergeet niet een van Zijn weldaden.

3 Die al uw ongerechtigheid vergeeft,

Die al uw ziekten geneest,

4 Die uw leven verlost van het verderf,

Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid,

5 Die uw mond verzadigt met het goede,

 

8 Barmhartig en genadig is de HEERE,

geduldig en rijk aan goedertierenheid.

9 Hij zal niet voor altijd ter verantwoording roepen,

niet voor eeuwig handhaaft Hij Zijn toorn.

10 Hij doet ons niet naar onze zonden

en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.

11 Want zo hoog de hemel is boven de aarde,

zo is Zijn goedertierenheid machtig over wie Hem vrezen.

12 Zo ver het oosten is van het westen,

zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons gedaan.

13 Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen,

zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen.

(Psalm 103 : 1-4, 8-13)

 

Hij heeft ook Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven en ons alles met Hem geschonken [Rom. 8:32]. Hiermee bevestigt God Zijn liefde tot ons, dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Daarom zullen wij ook, nu wij door Zijn bloed gerechtvaardigd zijn, des te meer door Hem van Zijn toorn behouden worden. Want als wij, toen wij nog vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, des te meer zullen wij, nadat wij met Hem verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven [Rom. 5:8-10]. Daarom zal ik met mond en hart de lof des Heeren verkondigen van nu aan tot in eeuwigheid. Amen.

 

Gezang 326: 3, 4

Gij, die voor armen rijkdom hebt bereid,

voor onrechtvaardigen gerechtigheid,

zie, hoe naar U zich mijn verlangen wendt

en leid mij zelf, Heer, tot uw sacrament.

 

Wie geeft het brood, dat hongerigen voedt,

waar is de bron waaruit ik drinken moet?

Gij, Heer, alleen kunt mijn genezing zijn;

voed mij en drenk mij met uw brood en wijn.

 

Dankgebed formulier

Almachtige, barmhartige God en Vader, wij danken U van ganser harte dat U ons, uit grondeloze barmhartigheid, Uw eniggeboren Zoon hebt gegeven tot Middelaar en offer voor onze zonden en tot spijs en drank voor het eeuwige leven. Wij danken U dat U ons een waarachtig geloof geeft, waardoor deel krijgen aan de weldaden van U. U hebt ook, ter versterking daarvan, door Uw geliefde Zoon Jezus Christus het Heilig Avondmaal laten instellen en verordenen.

Getrouwe God en Vader, maak door de werking van Uw Heilige Geest de gedachtenis van onze Heere Jezus Christus en de verkondiging van Zijn dood vruchtbaar, opdat wij dagelijks groeien in het ware geloof en in de zalige gemeenschap met Christus. Wij bidden dit alles omwille van Uw geliefde Zoon Jezus Christus, die met U en de Heilige Geest leeft en regeert in eeuwigheid.

Amen

 

Psalm 116: 7

Wat zal ik, met Gods gunsten overlaân,
dien trouwen HEER voor Zijn genâ vergelden?
'k Zal bij den kelk des heils Zijn naam vermelden,
en roepen Hem met blijd' erkent'nis aan.

 

Zegen

 

Collecten

Collectegeld kunt u overmaken naar de rekeningen:

diaconie: (voor “Church of Pakistan”) NL58 RABO 0337 1009 77

kerkrentmeesters: NL86 RABO 0337 1008 61

of via de kerkapp

 

*  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *  *

 

Orde van de eredienst 13 juni 2021, 18:30 uur

Voorganger: ds. J. de Wit

Organist: Frans Schilt

 

Votum en groet

 

Psalm 116: 10

Ik zal Uw naam met dankerkentenis
verheffen, U al mijn geloften brengen.
'k Zal liefd' en lof voor U ten offer mengen,
in 't heiligdom, waar 't volk vergaderd is.

 

Verootmoediging en schuldbelijdenis

Verootmoedigen wij ons voor de Here onze God en belijden wij Hem onze zonden.

Psalm 25 : 11, 16-18, 20-21

11 Omwille van Uw Naam, HEERE,

vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.

16 Wend U tot mij en wees mij genadig,

want ik ben eenzaam en ellendig.

17 De benauwdheden van mijn hart hebben zich wijd uitgestrekt,

bevrijd mij uit mijn angsten.

18 Zie mijn ellende en mijn moeite,

neem weg al mijn zonden.

20 Bewaar mijn ziel en red mij;

laat mij niet beschaamd worden, want tot U heb ik de toevlucht genomen.

21 Laat oprechtheid en vroomheid mij beschermen,

want ik verwacht U.

Amen.

 

Verkondiging van Gods genade

Als dienaren van Jezus Christus verkondigen wij aan een ieder, die ziende op het kruis schuld beleden heeft voor God, de vergeving der zonden.

 

Woorden der inzetting

Hoort de woorden der inzetting van het Heilig Avondmaal, ons beschreven door de apostel Paulus in de eerste brief aan de Korintiërs (1 Kor 11:23-26):

23 Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam,

24 en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.

25 Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis.

26 Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt.

 

Geloofsbelijdenis

 

Gebed

Almachtige, barmhartige God en Vader, uw Zoon Jezus Christus heeft gesproken: zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Wij bidden U, stil onze honger naar uw heil en spijzig ons met het brood van het eeuwige leven, dat Gij de wereld geschonken hebt in uw lieve Zoon, onze Here Jezus Christus.

 

Nodiging: verheft de harten

Opdat wij dan met het waarachtige hemelse brood Christus gespijzigd mogen worden, zo laat ons met onze harten niet aan het uiterlijke brood en de wijn blijven hangen, maar ze opwaarts in de hemel verheffen, waar Christus Jezus is, onze voorspraak aan de rechterhand van zijn hemelse Vader (waarheen ons ook de artikelen van ons christelijk geloof wijzen), niet twijfelende, of wij zullen zo waarachtig door de werking van de Heilige Geest met zijn lichaam en bloed aan onze zielen gespijzigd en gelaafd worden, als wij deze heilige spijs en drank tot zijn gedachtenis ontvangen.

 

Uitdeling en communie

 

Bij het breken en uitdelen van het brood, spreekt de dienaar:

 

Het brood dat wij breken, is de gemeenschap met het lichaam van Christus.

Neemt, eet, gedenkt en gelooft dat het lichaam van onze Heere Jezus Christus gebroken is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

 

En als hij de drinkbeker geeft:

 

De drinkbeker der dankzegging, waarmee wij dankzegen, is de gemeenschap met het bloed van Christus.

Neemt, drinkt allen daaruit, gedenkt en geloof dat het kostbaar bloed van onze Heere Jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

 

Dankzegging

Laat ons tezamen de Here, die ons gespijzigd heeft, met dankzegging prijzen.

Lofprijzing: Psalm 103: 1 – 4; 8 - 13

1 Loof de HEERE, mijn ziel,

en al wat in mij is, Zijn heilige Naam.

2 Loof de HEERE, mijn ziel,

en vergeet niet een van Zijn weldaden.

3 Die al uw ongerechtigheid vergeeft,

Die al uw ziekten geneest,

4 Die uw leven verlost van het verderf,

Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid,

8 Barmhartig en genadig is de HEERE,

geduldig en rijk aan goedertierenheid.

9 Hij zal niet voor altijd ter verantwoording roepen,

niet voor eeuwig handhaaft Hij Zijn toorn.

10 Hij doet ons niet naar onze zonden

en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.

11 Want zo hoog de hemel is boven de aarde,

zo is Zijn goedertierenheid machtig over wie Hem vrezen.

12 Zo ver het oosten is van het westen,

zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons gedaan.

13 Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen,

zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen.

 

Daarom zal mijn mond en hart des Heren lof verkondigen, van nu aan tot in eeuwigheid. Amen.

 

Gezang 326: 5, 6

Nu ik mijn hand strek naar 't gebroken brood

en neem de beker, die Gij zelf mij boodt,

hoe komt Gij met uw goedheid mij nabij;

berg me in uw liefde, Heer, en zegen mij.

 

U wil ik danken, grote Levensvorst;

Gij hebt gestild mijn honger en mijn dorst.

Uw kracht, uw leven daalde in mij neer;

in uw gemeenschap wil ik blijven, Heer.

 

Gebed om de opening van het Woord

 

Bijbellezing: 1 Korinte 12: 27 – 13: 13

1 Korinthe 12:27 Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden.

28 God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen.

29 Zijn zij soms allen apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten?

30 Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers?

31 Streef dus naar de beste genadegaven. En ik wijs u een weg die dit alles nog overtreft.

1 Korinthe 13:1 Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden.

2 En al zou ik de gave van de profetie hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de liefde niet, dan was ik niets.

3 En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen, en al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden, maar ik had de liefde niet, het baatte mij niets.

4 De liefde is geduldig,

zij is vriendelijk,

de liefde is niet jaloers,

de liefde pronkt niet,

zij doet niet gewichtig,

5 zij handelt niet ongepast,

zij zoekt niet haar eigen belang,

zij wordt niet verbitterd,

zij denkt geen kwaad,

6 zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid,

maar verheugt zich over de waarheid,

7 zij bedekt alle dingen,

zij gelooft alle dingen,

zij hoopt alle dingen,

zij verdraagt alle dingen.

8 De liefde vergaat nooit.

Wat dan profetieën betreft,

zij zullen tenietgedaan worden,

wat talen betreft, zij zullen ophouden,

wat kennis betreft, zij zal tenietgedaan worden.

9 Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele,

10 maar wanneer het volmaakte zal gekomen zijn,

zal wat ten dele is, tenietgedaan worden.

11 Toen ik een kind was,

sprak ik als een kind,

dacht ik als een kind,

overlegde ik als een kind,

maar nu ik een man geworden ben,

heb ik het kinderlijke tenietgedaan.

12 Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel,

maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht.

Nu ken ik ten dele,

maar dan zal ik kennen,

zoals ik zelf gekend ben.

13 En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie,

maar de meeste van deze is de liefde.

 

Psalm 31: 17

Geloofd zij God, Die Zijn genade
aan mij heeft groot gemaakt;
Die voor mijn welstand waakt:
Zijn oog slaat mij in liefde gade.
Hij wil mij heil bereiden.
Mij in een vesting leiden.

 

preek over 1 Korinte 13: 1 – 7

 

Muzikaal meditatief moment over Psalm 36: 2

Uw goedheid, HEER', is hemelhoog,

Uw waarheid tot den wolkenboog,

Uw recht is als Gods bergen,

Uw oordeel grondloos; Gij behoedt,

en zegent mens en beest, en doet

Uw hulp nooit vruchtloos vergen.

Hoe groot is Uw goedgunstigheid,

hoe zijn Uw vleuglen uitgebreid!

Hier wordt de rust geschonken.

Hier 't vette van Uw huis gesmaakt.

Een volle beek van wellust maakt,

hier elk in liefde dronken.

 

Dankgebed en voorbeden

 

Psalm 73: 12

'k Zal dan gedurig bij U zijn,
in al mijn noden, angst en pijn.
U al mijn liefde waardig schatten,
wijl Gij mijn rechterhand woudt vatten.
Gij zult mij leiden door Uw raad,
o God, mijn heil, mijn toeverlaat.
En mij, hiertoe door U bereid,
opnemen in Uw heerlijkheid.

 

Zegen

 

Collecten

Collectegeld kunt u overmaken naar de rekeningen:

diaconie: (voor “Church of Pakistan”) NL58 RABO 0337 1009 77

kerkrentmeesters: NL86 RABO 0337 1008 61

of via de kerkapp

Deze site is ontwikkeld door Informasi Agung Pratama