Paasmiddag ouderen
Gemeentenieuws
Gepubliseerd door op 25/03/2021 00:00 om 12:00 AM

Paasmiddag met de ouderen van de gemeente

Donderdag 25 maart 2021

Aanvang: 14.30 uur

Vanuit de kerk uitgezonden in beeld en geluid

Thema: De zeven woorden van Jezus aan het kruis

 

Medewerking:

Ouderencomité

Wilma Knip, zang

ds. J. de Wit

 

 

Welkom en gebed

 

Weerklank 155: 1, 2, 4

Mijn Verlosser hangt aan 't kruis,

hangt ten spot van snode smaders.

Zoon des Vaders,

waar is toch uw almacht thans,

waar uw goddelijke glans?

 

Mijn Verlosser hangt aan 't kruis,

en Hij hangt er mijnentwegen,

mij ten zegen.

Van de vloek maakt Hij mij vrij,

en zijn sterven zaligt mij.

 

Mijn Verlosser hangt aan 't kruis!

'k heb mij, Heer, voor dood en leven

U gegeven.

Laat mij dan in vreugd en pijn

met U in gemeenschap zijn.

 

Schriftlezing: Lukas 23: 33 – 37

Het eerste kruiswoord

33 Toen zij op de plaats kwamen die Schedel genoemd werd, kruisigden ze Hem daar, met de misdadigers, de één aan de rechter- en de ander aan de linkerzijde.

34 En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En ze verdeelden Zijn kleren en wierpen het lot.

35 En het volk stond toe te kijken. En met hen beschimpten ook hun leiders Hem. Zij zeiden: Anderen heeft Hij verlost, laat Hij nu Zichzelf verlossen als Hij de Christus is, de Uitverkorene van God.

36 En ook de soldaten kwamen Hem bespotten en brachten Hem zure wijn.

37 En zij zeiden: Als U de Koning van de Joden bent, verlos dan Uzelf.

 

Psalm 100

Juich, aarde, juicht alom den HEER.

Dient God met blijdschap, geeft Hem eer.

Komt, nadert voor Zijn aangezicht.

Zingt Hem een vrolijk lofgedicht.

 

De HEER is God; erkent, dat Hij

ons heeft gemaakt (en geenszins wij)

tot schapen, die Hij voedt en weidt;

een volk, tot Zijnen dienst bereid.

 

Gaat tot Zijn poorten in met lof,

met lofzang in Zijn heilig hof.

Looft Hem aldaar met hart en stem.

Prijst Zijnen naam, verheerlijkt Hem.

 

Want goedertieren is de HEER.

Zijn goedheid eindigt nimmermeer.

Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht

tot in het laatste nageslacht.

 

Wilma zingt enkele liederen

 

Weerklank 149: 1, 6

Jezus, leven van ons leven,

Jezus, dood van onze dood,

Gij hebt U voor ons gegeven,

Gij neemt op U angst en nood,

Gij moet sterven aan uw lijden

om ons leven te bevrijden.

Duizend, duizendmaal, o Heer,

zij U daarvoor dank en eer.

 

Dank zij U, o Heer des levens,

die de dood zijt doorgegaan,

die Uzelf ons hebt gegeven

ons in alles bijgestaan,

dank voor wat Gij hebt geleden,

in uw kruis is onze vrede.

Voor uw angst en diepe pijn

wil ik eeuwig dankbaar zijn.

 

Schriftlezing: Johannes 19: 25 – 27

Het tweede kruiswoord

25 En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder, de zuster van Zijn moeder, en Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.

26 Toen nu Jezus Zijn moeder zag en de discipel die Hij liefhad, bij haar zag staan, zei Hij tegen Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon.

27 Daarna zei Hij tegen de discipel: Zie, uw moeder. En vanaf dat moment nam de discipel haar in zijn huis.

 

Weerklank 242: 1, 3

Samen in de naam van Jezus

heffen wij een loflied aan,

want de Geest spreekt alle talen

en doet ons elkaar verstaan.

Samen bidden, samen zoeken,

naar het plan van onze Heer.

Samen zingen en getuigen,

samen leven tot zijn eer.

 

Prijs de Heer, de weg is open

naar de Vader, naar elkaar.

Jezus Christus, Triomfator, mijn Verlosser,

Middelaar. Vader, met geheven handen

breng ik U mijn dank en eer.

’t Is uw Geest die mij doet zeggen:

Jezus Christus is de Heer!

 

Schriftlezing: Lukas 23: 39 – 43

Het derde kruiswoord

39 En een van de misdadigers die daar hingen, lasterde Hem en zei: Als U de Christus bent, verlos dan Uzelf en ons.

40 Maar de andere antwoordde en bestrafte hem: Vreest zelfs u God niet, nu u hetzelfde vonnis ondergaat?

41 En wij toch rechtvaardig, want wij ontvangen straf overeenkomstig wat wij gedaan hebben, maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.

42 En hij zei tegen Jezus: Heere, denk aan mij, als U in Uw Koninkrijk gekomen bent.

43 En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.

 

Weerklank 148

't Is middernacht en in de hof,

buigt, tot de dood bedroefd,

in 't stof de Levensvorst; in Zijn gebeên

doorworstelt Hij Zijn strijd alleen.

 

't Is middernacht, en hoe Hij lijdt,

Zijn jong'ren slapen bij die strijd;

en derven, afgemat in rouw,

de aanblik op des Meesters trouw.

 

't Is middernacht, maar Jezus waakt,

en 't zielelijden, dat Hij smaakt,

bant uit Zijn hart de bede niet:

Mijn Vader, dat Uw wil geschied'.

 

't Is middernacht, en 't Vaderhart

sterkt en verstaat de Man van smart,

Die 't enig lijden, dat Hij torst,

ten eind doorstrijdt als Levensvorst.

 

Wilma zingt enkele liederen

 

Weerklank 147

Is dat, is dat mijn Koning,

dat aller vaad'ren wens,

is dat, is dat zijn kroning?

Zie, zie, aanschouw de mens!

Moet Hij dat spotkleed dragen,

dat riet, die doornenkroon,

lijdt Hij die spot, die slagen,

Hij, God, uw eigen Zoon?

 

Ja, ik kost Hem die slagen,

die smarten en die hoon;

ik doe dat kleed Hem dragen,

dat riet, die doornenkroon;

ik sloeg Hem al die wonden,

voor mij moet Hij daar staan;

ik deed door mijne zonden,

Hem al die jamm'ren aan.

 

O Jezus, man van smarten,

Gij aller vaad'ren wens,

herinner aller harten

't aandoenlijk: "Zie den mens!"

Laat mij toch nooit vergeten

die kroon, dat kleed, dat riet!

Dit trooste mijn geweten:

't is al voor mij geschied!

 

Schriftlezing: Matteüs 27: 45 – 47

Het vierde kruiswoord

45 En vanaf het zesde uur kwam er duisternis over heel de aarde, tot het negende uur toe.

46 Ongeveer op het negende uur riep Jezus met een luide stem: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?

47 Sommigen van hen die daar stonden, zeiden, toen zij dit hoorden: Hij roept Elia.

 

Gezang 53: 1, 3 (Hervormde Bundel)

Wees gegroet, gij eersteling der dagen,

morgen der verrijzenis,

bij wiens licht de macht der hel verslagen

en de dood vernietigd is!

Here Jezus, trooster aller smarten,

zon der wereld, schijn in onze harten,

deel ons zelf de voorsmaak mee

van der zaal’gen sabbatsvreê!

 

In uw hoede zijn wij wèl geborgen,

en schoon eerlang 't oog ons breek',

open gaat het op de grote morgen,

na deez' aardse lijdensweek.

Welk een dag der ruste zal dat wezen,

als w' onsterflijk, uit de dood verrezen,

knielen voor Uw dankaltaar!

Amen, Jezus, maak het waar!

 

Schriftlezing: Psalm 69: 21 – 22 en Johannes 19: 28

Het vijfde kruiswoord

21 Smaad heeft mijn hart gebroken en ik ben zeer zwak; ik heb gewacht op medeleven, maar het is er niet, op troosters, maar ik heb ze niet gevonden.

22 Ja, zij hebben mij gal als mijn voedsel gegeven, in mijn dorst hebben zij mij zure wijn laten drinken.

 

Johannes 19: 28 Hierna zei Jezus, omdat Hij wist dat nu alles volbracht was, opdat het Schriftwoord vervuld zou worden: Ik heb dorst!

 

Weerklank 167 : 1, 3, 4

Daar juicht een toon, daar klinkt een stem

die galmt door gans Jeruzalem

een heerlijk morgenlicht breekt aan

de Zoon van God is opgestaan

 

Nu jaagt de dood geen angst meer aan

want alles, alles is voldaan.

Wie in geloof op Jezus ziet

die vreest voor dood en duivel niet

 

Want nu de Heer is opgestaan

nu vangt het nieuwe leven aan

een leven door Zijn dood bereid

een leven in Zijn heerlijkheid.

 

Schriftlezing: Johannes 19: 30

Het zesde kruiswoord

30 Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.

 

Meditatie

 

Johannes de Heer 722

Kroon Hem met gouden kroon,

het Lam op Zijnen troon.

Hoor, hoe het hemels loflied al,

verwint in heerlijk schoon.

Ontwaak, mijn ziel en zing

van Hem, die voor u stierf.

En prijs Hem in all’ eeuwigheên,

die ’t heil voor u verwierf.

 

Kroon Hem, der liefde Heer,

aanschouw Hem hoe Hij leed.

Zijn wonden tonen ’t gans heelal,

wat Hij voor ’t mensdom deed.

De eng’len aan Gods troon,

all’ overheid en macht,

zij buigen dienend zich ter neer,

voor zulke wondermacht.

 

Kroon Hem, de Vredevorst,

wiens macht eens heersen zal,

van pool tot pool, van zee tot zee,

’t klink’ over berg en dal.

Als alles voor Hem buigt

en vrede heerst alom,

wordt d’aarde weer een paradijs.

Kom, Here Jezus, kom.

 

Schriftlezing: Psalm 31: 6 en Lukas 23: 44 – 46

Het zevende kruiswoord

6 In Uw hand beveel ik mijn geest; U hebt mij verlost, HEERE, getrouwe God!

 

44 En het was ongeveer het zesde uur en er kwam duisternis over heel de aarde tot het negende uur toe.

45 En de zon werd verduisterd en het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.

46 En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.

 

Psalm 89: 1, 3, 7

'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên.

Uw waarheid t' allen tijd vermelden door mijn reên.

Ik weet, hoe 't vast gebouw van Uwe gunstbewijzen,

naar Uw gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen.

Zo min de hemel ooit uit zijnen stand zal wijken,

zo min zal Uwe trouw ooit wank'len of bezwijken.

 

De hemel looft, o HEER, Uw wond'ren dag en nacht.

Uw waarheid wordt op aard' de glorie toegebracht,

daar Uw geheiligd volk van Uwe trouw mag zingen.

Want wie is U gelijk bij al de hemelingen?

En, welke vorsten ooit het aard'rijk moog' bevatten,

wie hunner is, o HEER, met U gelijk te schatten?

 

Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort!

Zij wand'len, HEER, in 't licht van 't Godd'lijk aanschijn voort.

Zij zullen in Uw naam zich al den dag verblijden.

Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in 't lijden.

Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,

maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.

 

Wilma zingt enkele liederen

 

Sluiting en dankgebed

 

Opwekking 213

U zij de glorie, opgestane Heer,

U zij de victorie, nu en immermeer.

Uit een blinkend stromen, daalde d’engel af,

heeft de steen genomen van ’t verwonnen graf.

U zij de glorie, opgestane Heer,

U zij de victorie, nu en immermeer.

 

Zie Hem verschijnen, Jezus, onze Heer,

Hij brengt al de zijnen, in zijn armen weer.

Weest dan volk des Heren, blijde en welgezind

en zegt telkenkere: ‘Christus overwint’.

U zij de glorie, opgestane Heer,

U zij de victorie, nu en immermeer.

 

Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,

die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?

In zijn godd’lijk wezen, is mijn glorie groot:

niets heb ik te vrezen in leven en in dood.

U zij de glorie, opgestane Heer,

Deze site is ontwikkeld door Informasi Agung Pratama