Orde voor de eredienst van 19 september 2021
Gemeentenieuws
Gepubliseerd door op 25/06/2021 00:00 om 12:00 AM

Orde voor de eredienst van 19 september 2021, 09:30 uur

Opening winterwerk

Voorganger: ds. J. de Wit

Organist: Jan Verwey

 

Votum en groet

 

Psalm 32: 4

Gij zijt mij, HEER, ter schuilplaats in gevaren.
Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren.
G' omringt me, daar Gij mij in ruimte stelt,
met blij gezang, dat mijn verlossing meldt.
Mijn leer zal u, o mens, naar 't recht doen hand'len,
en wijzen u den weg dien gij zult wand'len.
Ik zal u trouw verzellen met mijn raad,
terwijl mijn oog op u gevestigd staat.

 

Wetslezing

 

Weerklank 267: 1, 2

Neem mijn leven, laat het, Heer,

toegewijd zijn aan uw eer.

Maak mijn uren en mijn tijd

tot uw lof en dienst bereid.

 

Neem mijn handen, maak ze sterk,

trouw en vaardig tot uw werk.

Maak dat ik mijn voeten zet

op de wegen van uw wet.

 

Gebed

 

Bijbellezing: Matteüs 25 : 14 – 30

Want het is als iemand die naar het buitenland ging, zijn eigen slaven bij zich riep en hun zijn bezittingen toevertrouwde.

15 En aan de één gaf hij vijf talenten, aan de ander twee en aan de derde één, ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde meteen weg.

16 Hij die de vijf talenten ontvangen had, ging weg en handelde daarmee en hij verdiende vijf andere talenten erbij.

17 Evenzo verdiende degene die de twee talenten ontvangen had, er nog twee bij.

18 Maar hij die het ene ontvangen had, ging weg en groef een gat in de aarde en verborg het geld van zijn heer.

19 Na lange tijd kwam de heer van die slaven terug en hield afrekening met hen.

20 En degene die de vijf talenten ontvangen had, kwam en bracht nog vijf talenten bij hem, en hij zei: Heer, vijf talenten hebt u mij gegeven; zie, nog vijf talenten heb ik aan winst gemaakt.

21 Zijn heer zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe slaaf, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.

22 En degene die de twee talenten ontvangen had, kwam ook naar hem toe en zei: Heer, twee talenten hebt u mij gegeven, zie, twee andere talenten heb ik aan winst gemaakt.

23 Zijn heer zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe slaaf, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.

24 Maar hij die het ene talent ontvangen had, kwam ook en zei: Heer, ik wist dat u een streng man bent, omdat u maait waar u niet gezaaid hebt, en inzamelt van de plaats waar u niet gestrooid hebt.

25 En ik ben bevreesd weggegaan en heb uw talent verborgen in de aarde; zie, hier hebt u het uwe.

26 Maar zijn heer antwoordde en zei tegen hem: Slechte en luie slaaf, u wist dat ik maai waar ik niet gezaaid heb en van de plaats inzamel waar ik niet gestrooid heb.

27 Dan had u mijn geld aan de bankiers moeten geven, en ik zou bij mijn komst het mijne met rente teruggekregen hebben.

28 Neem daarom het talent van hem af en geef het aan hem die de tien talenten heeft.

29 Want ieder die heeft, aan hem zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van hem die niet heeft, van hem zal afgenomen worden ook wat hij heeft.

30 En werp de onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis; daar zal gejammer zijn en tandengeknars.

 

Weerklank 267: 3, 4

Neem mijn stem, opdat mijn lied

U, mijn Koning, hulde biedt.

Maak, o Heer, mijn lippen rein,

dat zij uw getuigen zijn.

 

Neem mijn zilver en mijn goud,

dat ik niets aan U onthoud.

Maak mijn kracht en mijn verstand

tot een werktuig in uw hand.

 

Prediking n.a.v. Matteüs 25: 14 – 30

Thema: geloven is doen

 

Psalm 86: 6

Leer mij naar Uw wil te hand'len,
'k zal dan in Uw waarheid wand'len.
Neig mijn hart, en voeg het saâm
tot de vrees van Uwen naam.
HEER, mijn God, ik zal U loven,
heffen 't ganse hart naar boven.
'k Zal Uw naam en majesteit
eren tot in eeuwigheid.

 

Dankgebed en voorbeden

 

Weerklank 267: 5, 6

Neem mijn wil en maak hem vrij,

dat hij U geheiligd zij.

Maak mijn hart tot uwe troon,

dat uw Heil'ge Geest er woon'.

 

Neem ook mijne liefde, Heer,

'k leg voor U haar schatten neer.

Neem mijzelf en voor altijd

ben ik aan U toegewijd.

 

Zegen

 

Collecten

Collectegeld kunt u overmaken naar de rekeningen:

diaconie: NL58 RABO 0337 1009 77

kerkrentmeesters: NL86 RABO 0337 1008 61

of via de kerkapp

 

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

 


Orde voor de eredienst van 19 september 2021, 18:30 uur

Voorganger: ds. C. Bos, Benschop

Organist: Corrie Verburg

 

Votum en groet

 

Psalm 42: 5

Maar de HEER zal uitkomst geven,
Hij, die 's daags Zijn gunst gebiedt.
'k Zal in dit vertrouwen leven,
en dat melden in mijn lied.
'k Zal Zijn lof zelfs in den nacht
zingen, daar ik Hem verwacht;
en mijn hart, wat mij moog' treffen,
tot den God mijns levens heffen.

 

Geloofsbelijdenis

 

Psalm 51: 1

Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed.

Verschoon mij toch naar Uw barmhartigheden.
Delg uit mijn schuld, vergeef mijn overtreden:
Uw goedheid wordt noch paal, noch perk gezet.
Ai, was mij wel van ongerechtigheid.
Mijn schuld is zwaar, ik heb Uw wet geschonden.
Zie mijn berouw, hoor, hoe een boetling pleit,
en reinig mij van al mijn vuile zonden.

 

Gebed

 

Bijbellezing: Jesaja 7: 1 – 17

1 Het gebeurde in de dagen van Achaz, de zoon van Jotham, de zoon van Uzzia, de koning van Juda, dat Rezin, de koning van Syrië, met Pekah, de zoon van Remalia, de koning van Israël, optrok naar Jeruzalem om er oorlog tegen te voeren, maar hij was niet in staat er de overwinning op te behalen.

2 Toen het huis van David verteld werd: Syrië is neergestreken op Efraïm, beefde zijn hart en het hart van zijn volk, zoals de bomen in het woud beven voor de wind.

3 En de HEERE zei tegen Jesaja: Ga nu op weg, Achaz tegemoet, u en uw zoon Sjear-Jasjub, naar het einde van de waterloop van de bovenvijver, bij de weg naar het Blekersveld.

4 Zeg dan tegen hem: Beheers uzelf, blijf rustig, wees niet bevreesd, laat uw hart niet week worden voor die twee rokende stukken brandhout, voor de brandende toorn van Rezin en Syrië, en van de zoon van Remalia.

5 Syrië heeft immers kwaad tegen u beraamd, samen met Efraïm en de zoon van Remalia, door te zeggen:

6 Laten wij oprukken tegen Juda, het in angst laten verkeren, het onder ons verdelen en de zoon van Tabeal er als koning over aanstellen in het midden van haar.

 

7 Zo zegt de Heere HEERE:

       Dat zal niet bestaan en dat zal niet gebeuren!

8 Want het hoofd van Syrië is Damascus,

       en het hoofd van Damascus is Rezin.

En binnen vijfenzestig jaar

       zal Efraïm verpletterd worden en niet meer als volk bestaan.

9 Ondertussen zal Samaria het hoofd van Efraïm zijn

       en de zoon van Remalia het hoofd van Samaria.

Indien u niet gelooft,

       voorwaar, u zult geen stand houden.

 

10 Opnieuw sprak de HEERE tegen Achaz:

11 Vraag voor uzelf een teken van de HEERE, uw God, vraag het beneden in de diepte of boven in de hoogte.

12 Maar Achaz zei: Ik zal het niet vragen en de HEERE niet op de proef stellen.

13 Toen zei hij: Luister toch, huis van David, is het u niet genoeg mensen te vermoeien, dat u ook mijn God vermoeit?

14 Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.

15 Boter en honing zal Hij eten, totdat Hij in staat is het kwade te verwerpen en het goede te kiezen.

16 Voorzeker, voordat de jongen in staat is het kwade te verwerpen en het goede te kiezen, zal het land verlaten zijn, namelijk het land van de twee koningen voor wie u in angst verkeert.

17 De HEERE zal over u, over uw volk en over het huis van uw vader dagen doen komen zoals er niet gekomen zijn vanaf de dag dat Efraïm zich van Juda afscheidde, namelijk de heerschappij van de koning van Assyrië!

 

Psalm 38: 22

HEER, ik voel mijn krachten wijken
en bezwijken.
Haast U tot mijn hulp, en red,
red mij, Schutsheer, God der goden,
troost in noden,
grote Hoorder van 't gebed.

 

Prediking n.a.v. Jesaja 7: 13

 

Psalm 116: 4

D' eenvoudigen wil God steeds gadeslaan.
'k Was uitgeteerd, maar Hij zag op mij neder.
Keer, mijne ziel, tot uwe ruste weder;
gij zijt verlost; God heeft u welgedaan.

 

Dankgebed

 

Weerklank 211: 1

Door al het lijden van de tijden

wordt naar verlossing toegeleefd.

De schepping smacht naar uw bevrijden,

naar 't heil dat u uw kindren geeft.

Wij zuchten mee en zien verlangend

naar U en uw verschijning uit.

Reeds hebben wij de Geest ontvangen,

die “Kom!” roept, samen met uw bruid.

 

Zegen

 

Collecten

Collectegeld kunt u overmaken naar de rekeningen:

diaconie: NL58 RABO 0337 1009 77

kerkrentmeesters: NL86 RABO 0337 1008 61

Deze site is ontwikkeld door Informasi Agung Pratama