Orde voor de erediensten (bevestiging ambtsdragers
Gemeentenieuws
Gepubliseerd door op 13/01/2022 00:00 om 12:00 AM

Orde voor de eredienst van 16 januari 2022, 09:30 uur

Voorganger: ds. J. de Wit

Organist: Frans Schilt

 

Votum en groet

 

Psalm 75: 1

U alleen, U loven wij;

ja wij loven U, o HEER,

want Uw Naam, zo rijk van eer,

is tot onze vreugd nabij.

Dies vertelt men in ons land,

al de wondren Uwer hand.

 

Wetslezing

 

Psalm 75: 2

Als ik 't ambt ontvangen zal,

Wil ik, volgens eed en plicht,

Altoos recht doen in 't gericht.

Land en volk was in verval;

Maar zijn pijlers steld' ik vast,

Tegen woed' en overlast.

 

Gebed

 

Bijbellezing: Lukas 6: 12 – 26

12 Het gebeurde in die dagen dat Hij naar buiten ging, naar de berg, om te bidden; en Hij bleef heel de nacht in gebed tot God.

13 En toen het dag was geworden, riep Hij Zijn discipelen bij Zich en koos er twaalf van hen uit, die Hij ook apostelen noemde:

14 Simon, die Hij ook Petrus noemde, en zijn broer Andreas, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartholomeüs;

15 Mattheüs en Thomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon die Zelotes genoemd werd,

16 Judas, de broer van Jakobus, en Judas Iskariot, die ook de verrader geworden is.

17 En toen Hij met hen afgedaald was, bleef Hij staan op een vlakke plaats en met Hem een menigte van Zijn discipelen en een grote menigte van het volk uit heel Judea en Jeruzalem en van de zeekant van Tyrus en Sidon,

18 die gekomen waren om Hem te horen en om van hun ziekten genezen te worden, ook zij die gekweld werden door onreine geesten; en zij werden genezen.

19 En heel de menigte probeerde Hem aan te raken, want er ging kracht van Hem uit, en Hij genas ze allen.

20 En toen Hij Zijn ogen opgeslagen had naar Zijn discipelen, zei Hij: Zalig bent u, armen, want van u is het Koninkrijk van God.

21 Zalig bent u die nu honger hebt, want u zult verzadigd worden. Zalig bent u die nu huilt, want u zult lachen.

22 Zalig bent u, wanneer de mensen u haten, en wanneer zij u uitstoten en u smaden en uw naam als slecht verwerpen omwille van de Zoon des mensen.

23 Verblijd u op die dag en spring op van vreugde, want zie, uw loon is groot in de hemel. Hun vaderen deden immers evenzo met de profeten.

24 Maar wee u, rijken, want u hebt uw troost al.

25 Wee u, die verzadigd bent, want u zult hongerlijden. Wee u die nu lacht, want u zult treuren en huilen.

26 Wee u, wanneer alle mensen goed van u spreken, want hun vaderen deden evenzo met de valse profeten.

 

Psalm 135: 1

Prijst den Naam van uwen God,

's HEEREN knechten, hier vergaard.

Prijst Zijn Naam en wijs gebod,

daar g' in 't voorhof staat geschaard,

en uw ambt bekleedt met eer

in het huis van onzen HEER.

 

Prediking n.a.v. Lukas 6: 12 – 26

 

Psalm 82: 2

Toont aller goden God te vrezen;

doet recht aan armen en aan wezen,

rechtvaardigt hem, die billijk klaagt,

verdrukt of arm uw hulpe vraagt;

verlost geringen uit hun lijden,

en wilt behoeftigen bevrijden,

rukt z' uit der goddelozen hand;

gerechtigheid verhoogt een land.

 

Formulier voor de bevestiging van ambtsdragers

 

Onderwijzing

Geliefden in de Heere Jezus Christus, het is u bekend dat wij u verschillende keren de namen hebben genoemd van de hier aanwezige broeders die gekozen zijn tot het ambt van ouderling-kerkvoogd of diaken in deze gemeente. De reden daarvan was te vernemen of iemand iets zou inbrengen waardoor zij niet in het ambt bevestigd mogen worden. Ons is gebleken dat niemand iets wettigs tegen hen heeft ingebracht. Daarom zullen wij nu in de naam des Heeren tot hun bevestiging overgaan en wij verzoeken de broeders die bevestigd zullen worden en alle aanwezigen met aandacht te luisteren naar een korte uitleg op grond van Gods Woord over de ingestelde ambten.

 

Allereerst de ouderlingen. Het woord ouderling of 'oudste', dat uit het Oude Testament afkomstig is en een persoon aanduidt die in een hoog regeringsambt is geplaatst, wordt toegekend aan tweeërlei personen die in de kerk van Jezus Christus dienen. Want de apostel Paulus zegt: Laat de ouderlingen die goed leiding geven, dubbele eer waard geacht worden, vooral die arbeiden in het Woord en in de leer (1 Tim 5: 17).

 

Daaruit blijkt dat er in de eerste christelijke gemeente tweeërlei ouderlingen zijn geweest. Ten eerste dienaren van het Woord, herders en leraars die het Evangelie verkondigden en de sacramenten bedienden. Ten tweede degenen die niet het Woord bedienden maar opzicht hadden over de gemeente en haar regeerden samen met de dienaren van het Woord. Want nadat Paulus in Romeinen 12 gesproken heeft over het leraars- en diakenambt, spreekt hij daarna afzonderlijk over het regeerambt: laat ieder die leiding geeft dat met inzet, dat wil zeggen nauwgezet, doen. Op een andere plaats noemt hij bij de gaven en ambten die God in de gemeente heeft gegeven eveneens het regeerambt. Zij die in dit ambt dienen, hebben de taak de dienaren van het Woord bij te staan, zoals in het Oude Testament de gewone Levieten in de tabernakeldienst als helpers aan de priesters waren toegevoegd voor zaken die deze niet alleen konden verrichten. Niettemin bleven het verschillende ambten. Bovendien is het goed dat medebroeders ondersteuning verlenen aan de dienaren van het Woord om elke vorm van heerszucht te weren. Die kan des te gemakkelijker in de gemeente binnendringen wanneer de leiding bij één persoon of slechts bij enkelen berust. Zo vormen de dienaren van het Woord en de ouderlingen samen een college: de kerkenraad, die de gehele gemeente vertegenwoordigt. Hierop doelt de Heere Christus als Hij de uitspraak doet: "zeg het aan de gemeente" Deze opdracht is beslist niet tot allen of ieder lidmaat afzonderlijk gericht, maar juist tot degenen die gekozen zijn om de gemeente te regeren.

 

Deze uiteenzetting, gebaseerd op de Schrift, leert ons dat het ouderlingambt de volgende taken omvat.

 

Ten eerste: samen met de dienaren van het Woord opzicht houden over de gemeente die hun is toevertrouwd; nauwgezet toezien of iedereen zich in belijdenis en levenswandel als christen gedraagt; vermanen van hen die zich onchristelijk gedragen zoveel als mogelijk is voorkomen dat de sacramenten ontheiligd worden; in de lijn van de christelijke tucht stappen ondernemen tegen hen die geen berouw tonen en degenen die berouwvol zijn weer in de schoot der kerk opnemen. Dit alles is niet alleen af te leiden uit de uitspraak van Christus in Matteüs 18, maar ook uit andere uitspraken in de Schrift, waar we lezen dat de genoemde taken niet toebehoren aan slechts één of twee, maar aan verscheidene personen die daartoe zijn aangesteld.

 

Ten tweede: erop toezien dat onder christenen alles op gepaste en ordelijke wijze toe gaat en dat alleen zij die wettig geroepen zijn in Christus' kerk dienen. Dit draagt de apostel ons op en dit alles dient tevens in overeenstemming te zijn met de orde der kerk. Zij behoren ook in alles wat betrekking heeft op het belang en de goede orde van de kerk, de dienaren van het Woord met goede raad te ondersteunen en alle gemeenteleden met Woord en daad bij te staan.

 

Ten derde: opzicht uitoefenen over leer en levenswandel van de dienaren van het Woord. Immers, alles dient erop gericht te zijn dat de kerk wordt opgebouwd en de valse leer geweerd, zoals we lezen in Handelingen. De apostel dringt er daar op aan waakzaam te zijn met het oog op wolven die de schaapskooi van Christus kunnen binnendringen. Om dit te kunnen doen rust op de ouderlingen de verplichting Gods Woord ijverig te onderzoeken en zich te oefenen in de overdenking van de geheimenissen van het geloof

 

Ten vierde: als beheerders van het huis van God waken voor de instandhouding van de openbare eredienst. Zij moeten daarom niet alleen de geestelijke, maar ook de stoffelijke belangen der gemeente behartigen, opdat er voldoende plaats zal zijn daar waar het Evangelie gepredikt, de sacramenten bediend en de naam des Heeren in het openbaar wordt aangeroepen.

 

Vervolgens de diakenen. Over de dienst der barmhartigheid leert de Schrift dat deze voortvloeit uit de volkomen liefde van Christus voor de gemeente, die Hij kocht met Zijn bloed. Hij kwam in de wereld om te dienen en ontfermde Zich over hen die in nood waren. Christus is het Lam, dat de zonde der wereld wegneemt, de Knecht des Heeren, die onze ziekten op zich genomen en onze smarten gedragen heeft en die niet rusten zal, totdat bij Zijn wederkomst ook de gevolgen van de zonde een einde zullen hebben. In navolging van haar Heere zorgde de eerste christelijke gemeente ervoor dat niemand in haar midden gebrek had. De gemeente van Christus heeft bovendien een taak wereldwijd: het lenigen van lijden en nood in de hele wereld.

 

In Handelingen lezen we dat de apostelen aanvankelijk zelf de armenzorg hebben behartigd: de opbrengst van de verkochte goederen werd aan de apostelen gegeven en er werd uitgedeeld naar dat ieder nodig had. Maar er ontstond ontevredenheid, omdat Griekssprekende weduwen bij de dagelijkse uitdeling werden overgeslagen. Op voorstel van de apostelen zijn daarom mannen gekozen die de zorg voor de armen tot hun specifieke taak zouden rekenen, opdat de apostelen zelf zich des te meer zouden kunnen wijden aan het gebed en de bediening van het Woord. Deze instelling heeft sindsdien in de kerk gefunctioneerd. Dit blijkt niet alleen uit Romeinen 12, waar de apostel spreekt over degenen die 'uitdelen' , maar ook uit 1 Korinthe 12, waar hij spreekt over helpers die in de gemeente zijn aangesteld om arme, hulpbehoevende mensen bij te staan.

 

Uit deze bijbelplaatsen blijkt duidelijk wat het diakenambt inhoudt.

 

Ten eerste moeten diakenen getrouw en zorgvuldig de giften en goederen inzamelen en bewaren die voor de hulpbehoevenden –binnen en buiten de gemeente, ook wereldwijd– bestemd zijn en moeten zij zich met toewijding inzetten voor het vinden van voldoende middelen.

 

Ten tweede houdt hun ambt in het uitdelen van gaven. Om met een bewogen en welwillend hart de armen te helpen is zowel wijsheid noodzakelijk als vreugde en eenvoud. Het is daarbij van belang dat zij de hulpbehoevenden niet alleen helpen met materiële gaven, maar ook met troostvolle woorden uit de Schrift.

 

Allen die geroepen zijn tot bovengenoemde ambten dragen bijzondere verantwoordelijkheid in de zielzorg, waarbij hun naar de orde der kerk geheimhouding is opgelegd van al datgene wat bij de uitoefening van hun ambt vertrouwelijk te hunner kennis is gekomen.

 

Bevestigingsvragen
Broeders, opdat allen mogen horen dat u bereid bent uw ambt te aanvaarden, verzoek ik u op te staan en te antwoorden op de volgende vragen.

 

Ten eerste: bent u er in uw hart van overtuigd dat u wettig door Gods gemeente en daarom door God zelf tot deze heilige dienst geroepen bent?

 

Ten tweede: houdt u de boeken van het Oude en Nieuwe Testament voor het enige Woord van God, dat de volkomen leer der zaligheid bevat en verwerpt u alle leringen die daarmee in strijd zijn?

 

Ten derde: belooft u uw ambt, zoals hiervoor omschreven, in overeenstemming met deze leer getrouw uit te oefenen en belooft u geheim te houden datgene wat bij de uitoefening van uw ambt vertrouwelijk te uwer kennis is gekomen? Belooft u ook allen zich godvrezend te gedragen en u te onderwerpen aan de kerkelijke vermaning wanneer u onverhoopt mocht ontsporen?

 

Hierop antwoorden zij: Ja.

 

Bevestiging

Daarna zegt de predikant:

 

De almachtige God en Vader geve u allen Zijn genade om uw ambt getrouw en met zegen te vervullen. Amen.

 

Psalm 134: 3 (samenzang)

Dat 's HEEREN zegen op u daal';
Zijn gunst uit Sion u bestraal'.
Hij schiep 't heelal, Zijn naam ter eer.
Looft, looft dan aller heren HEER.

 

Vermaning

Hierna spreekt de predikant tot hen en de gemeente de volgende woorden:

 

Ouderlingen, wees nauwgezet in wat u samen met de dienaren van het Woord is toevertrouwd, namelijk het regeren van de kerk. Waak over het huis waar God wil wonen door iedereen trouw te vermanen en te waarschuwen voor de weg die naar het verderf leidt. Geef acht op het handhaven van de zuivere leer en een vrome levenswandel in de gemeente des Heeren.

 

Diakenen, zamel de gaven met zorg in en deel ze op verstandige wijze en met vreugde uit. Help en troost de bedroefden. Zorg voor de weduwen, de wezen en allen die in nood zijn. Betoon metterdaad liefde aan allen, maar in het bijzonder aan de medegelovigen.

 

Wees getrouw in uw ambt, bewaar het geloofsgeheimenis in een zuiver hart, wees een voorbeeld voor de hele gemeente. Op deze wijze ontvangt u een goede ingang in de gemeente en veel vrijmoedigheid in het geloof in Christus Jezus en zult u na dit leven ingaan in de vreugde van uw Heere.

 

Geliefde christenen, ontvangt van uw kant deze mannen als dienaren van God. Bidt voor hen. Treedt de ouderlingen die op goede wijze regeren met respect tegemoet en aanvaardt hun opzicht en leiding gewillig. Voorziet de ouderlingen-kerkrentmeester ruim van middelen, zowel voor de eredienst als voor andere kerkelijke doeleinden. Voorziet de diakenen van voldoende middelen om de armen te helpen. Wees als gemeente mild en royaal in het geven. Laten de armen in bijbelse zin arm van geest zijn en zich dankbaar tonen tegenover degenen die hen van het nodige voorzien. Volgt Christus allereerst om voedsel voor uw ziel en niet om brood dat vergaat. Laat degene die zich onrechtmatig geld en goederen heeft toegeëigend, daaraan een einde maken en indien mogelijk door eigen arbeid in zijn onderhoud voorzien, om zo noodlijdenden te kunnen helpen. Als ieder zo handelt op de plaats die God hem of haar gegeven heeft, zult u van Hem het loon der gerechtigheid ontvangen.

 

Dankzegging en voorbede

Omdat wij zelf niet tot dit alles in staat zijn, laten wij daarom de almachtige God aanroepen:

 

Heere God, hemelse Vader, wij danken U dat U in Uw wijsheid tot groei van Uw kerk naast degenen die het Woord bedienen ook ambtsdragers hebt ingesteld voor regering en dienstbetoon, om vrede en welzijn in Uw gemeente te bewaren en in het levensonderhoud van armen te voorzien.

 

U hebt ons mannen met een goed getuigenis geschonken, die Uw Geest hebben ontvangen. Wij bidden U hun in toenemende mate de gaven te verlenen die zij in hun ambtsbediening nodig hebben: wijsheid, moed, onderscheidingsvermogen en liefdadigheid, opdat ieder zijn ambt kan vervullen zoals het behoort. Laat de ouderlingen nauwgezet toezien op de leer en op de levenswandel van de gemeenteleden, doe hen de wolven weren uit de schaapskooi van Uw Zoon en ontspoorde gemeenteleden vermanen. Laat de ouderlingen-kerkrentmeester getrouw zijn in de behartiging van de stoffelijke belangen van de gemeente. Laat de diakenen zich vol ijver inzetten voor het ontvangen van gaven en laat hen die mild en wijs aan de armen geven, tezamen met de troost uit Uw heilig Woord. Schenk de ambtsdragers Uw genade, opdat zij in hun trouwe arbeid mogen volharden ondanks moeite, verdriet of vervolging. Verleen in het bijzonder Uw goddelijke zegen aan de gemeente waarover zij gesteld zijn, zodat deze de terechte vermaningen van de ouderlingen aanvaardt en hen omwille van het ambt in ere houdt. Geef de welgestelden hart voor de armen en geef de armen een dankbaar gemoed.

 

Moge door dit alles Uw heilige naam groot gemaakt en het Rijk van Uw Zoon bevorderd worden.

 

Bijzondere voorbeden … … … … …

 

In Zijn naam besluiten wij ons gebed:

 

Onze Vader, die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

 

Dankgebed en voorbeden

 

Weerklank 238: 1

Gij die gelooft, verheug u samen,

't is God, die trouw zijn kerk bewaart!

Die hoop zal nimmer ons beschamen:

de Heer is God en zijns is d' aard.

Zijn woord heeft vrede, heil bereid

van eeuwigheid tot eeuwigheid.

 

Zegen

 

Collecten

Collectegeld kunt u overmaken naar de rekeningen:

diaconie: NL58 RABO 0337 1009 77

kerkrentmeesters: NL86 RABO 0337 1008 61

of via de kerkapp

 

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

 


Orde voor de eredienst van 16 januari 2022, 15:00 uur

Voorganger: ds. G.A. Termaat, Leerdam

Organist: Margreet Maaijen

 

Votum en groet

 

Psalm 122: 1

Ik ben verblijd, wanneer men mij

godvruchtig opwekt: "Zie wij staan

gereed, om naar Gods huis te gaan.

Kom, ga met ons, en doe als wij."

Jeruzalem, dat ik bemin;

wij treden uwe poorten in.

Daar staan, o Godsstad, onze voeten.

Jeruzalem is wel gebouwd,

wel saamgevoegd: wie haar beschouwt,

zal haar voor 's Bouwheers kunstwerk groeten.

 

Geloofsbelijdenis

 

Psalm 33: 11

Laat ons alom Zijn lof ontvouwen:

in Hem verblijdt zich ons gemoed,

omdat wij op Zijn Naam vertrouwen,

dien Naam, zo heilig, groot en goed.

Goedertieren Vader,

milde zegenader,

stel Uw vriendlijk hart,

op Wiens gunst wij hopen,

eeuwig voor ons open;

weer steeds alle smart.

 

Gebed

 

Bijbellezing: Lukas 2: 40 – 52

40 En het Kind groeide op en Het werd gesterkt in de geest en vervuld met wijsheid, en de genade van God was op Hem.

41 En Zijn ouders reisden elk jaar voor het feest van het Pascha naar Jeruzalem.

42 En toen Hij twaalf jaar was en zij naar de gewoonte van het feest naar Jeruzalem gegaan waren,

43 en die dagen tot het einde doorgebracht hadden, bleef het Kind Jezus, terwijl zij terugkeerden, in Jeruzalem achter zonder dat Jozef en Zijn moeder het wisten.

44 Maar omdat zij dachten dat Hij bij het reisgezelschap was, gingen zij een dagreis ver, en daarna zochten zij Hem onder de familieleden en onder de bekenden.

45 En toen zij Hem niet vonden, keerden zij terug naar Jeruzalem en zochten Hem daar.

46 En het gebeurde dat zij Hem na drie dagen in de tempel vonden, terwijl Hij te midden van de leraars zat, naar hen luisterde en vragen aan hen stelde.

47 Allen die Hem hoorden, stonden versteld van Zijn verstand en antwoorden.

48 En toen zij Hem zagen, stonden zij versteld, en Zijn moeder zei tegen Hem: Kind, waarom hebt U ons dit aangedaan? Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht.

49 En Hij zei tegen hen: Waarom hebt u Mij gezocht? Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader?

50 En zij begrepen het woord niet dat Hij tot hen sprak.

51 En Hij ging met hen mee en kwam in Nazareth en was hun onderdanig. En Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart.

52 En Jezus nam toe in wijsheid en in grootte en in genade bij God en de mensen.

 

Psalm 84: 1

Hoe lieflijk, hoe vol heilgenot,

o HEER der legerscharen God,

zijn mij Uw huis en tempelzangen.

Hoe branden mijn genegenheên,

om 's HEEREN voorhof in te treên!

Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen;

mijn hart roept uit tot God, Die leeft,

en aan mijn ziel het leven geeft.

 

Prediking n.a.v. Lukas 2: 40 – 52

 

Weerklank 427: 1

Ere zij aan God, de Vader,

ere zij aan God, de Zoon,

eer de heilge Geest, de Trooster,

de Drie-eenge in zijn troon.

Halleluja, halleluja,

de Drie-eenge in zijn troon!

 

Dankgebed

 

Gebed des Heren : 1

O allerhoogste Majesteit,

die in het rijk der heerlijkheid

de heem'len hebt tot Uwen troon,

wij roepen U, in Uwen Zoon,

die voor ons heeft genoeg gedaan,

als onzen Vader need'rig aan.

 

Zegen

 

Collecten

Collectegeld kunt u overmaken naar de rekeningen:

diaconie: NL58 RABO 0337 1009 77

kerkrentmeesters: NL86 RABO 0337 1008 61

Deze site is ontwikkeld door Informasi Agung Pratama